Krokodillen land

Niet ver van Alice Springs passeren we het Tropic of Capricorn bord: we zijn weer in de tropen! In het noorden van Australië kent men 2 in plaats van 4 seizoenen: het regen (natte) seizoen en het droge seizoen. Het is nu het einde van het droge seizoen, het regen seizoen begint officieel in november, maar het weer kan in oktober al flink tekeer gaan. Tijdens het regen seizoen overstromen veel rivieren, komt er weer water in de nu droge rivierbeddingen en zijn veel wegen ondergelopen en dus onbegaanbaar. Ongeveer alle wegen waar we nu overheen rijden zijn onderhevig aan overstroming (floodway) en hebben om de zoveel meter een bord staan wat de diepte aangeeft ten tijde van overstroming.
Onze reis is één grote roadtrip en we willen niet riskeren ergens vast komen te zitten tijdens een plensbui, dus we moeten zorgen voor oktober uit het noorden te zijn.
Aan de omgeving is te merken welk seizoen het is; we zien veel branden en rookpluimen onderweg. We hebben heel wat km af te leggen naar het noorden: 1100 km en dat doen we in 2 dagen. Enige ‘bezienswaardigheden’: een mango boerderij met heerlijk zelfgemaakt mango sorbet ijs en helaas uitverkochte mango liqeur en ontelbare termieten heuvels. In de regio schijnt het een ding te zijn om deze heuvels kleren aan te doen, dan lijkt het net alsof er allemaal kleine mensen langs de weg staan. Als dit grappig bedoelt is, slaat het volledig de plank mis, het ziet er luguber uit.

Kakadu National Park

Langzaam merk ik de klimaat verschillen, ik heb geen droge keel meer (jeeej!) en m’n haar krult en pluist weer iedere kant op! Hoe noordelijker we komen, hoe minder blij we echter zijn met dit klimaat. Aangekomen in het Kakadu National Park zweten we ons een hoedje en zwermen de vliegen om ons heen. Die zijn irritant! Op je gemak buiten zitten is er niet meer bij. Gelukkig hebben we van te voren zo’n charmant netje gekocht, dat helpt redelijk. Dan vliegen ze niet meer onze neus, ogen en oren in. Nu alleen nog wennen aan het constante gezoem. En oppassen dat er geen vlieg in je netje zit, dan wordt ik en de vlieg echt gek!
In mijn verbeelding zag Kakaku er ongeveer zo uit als het noorden van Queensland: weelderig groen. (want: hetzelfde klimaat.) Maar niets van dit, de omgeving lijkt meer op de outback, met veel dor gras en kale eucalyptusbomen. In de auto zittend met de airco aan en uitzicht op kale dorre bomen lijkt het net herfst. Gelukkig zijn de stops onderweg, bestemmingen wat dieper het park in, de saaie rit op de Kakadu Highway wel waard.
Aan de zuidkant van het park was Maguk de mooiste stop: een mooie wandeling van een half uur langs een klein riviertje leidt ons naar een prachtig helderblauw meer met waterval. Alle Be crocwise, you’re in croccountry (pas op voor krokodillen) bordjes maakt zwemmen hier ietsje spannender. We hebben onze snorkelbrillen bij ons en spotten tot nog toe alleen wat zwarte visjes. De zwemgelegenheden, de grotere meren, worden voor ieder seizoen krokodilvrij verklaard. Bij rivieren en kreekjes wordt het wel afgeraden om een dipje te nemen!
Het noorden van het park bevat vooral de bekende Wetlands. Tijdens een boottocht over de Mary rivier zien we het gevarieerde vogelleven en wel 3 krokodillen! Het is een mooi gebied, maar als je de krokodillen weglaat lijkt het net de Broekpolder in Vlaardingen. We overnachten op een gratis plek waar het wemelt van de wallabies! Dat is alweer even geleden dat we die hebben gezien, ik hoor ze ’s nachts nog heen en weer hoppen.
In de tijd dat wij in Kakadu zijn is het bijzonder heet, temperatuur varieert van 35 tot 40 graden. Er hangen waarschuwingen op voor ‘heat illness’ (zonnesteek). Na onze boottocht in de volle zon en erna nog een wandeling met weinig tot geen schaduw voel ik me ook niet zo lekker.
Het hete Kakadu achter ons latend zijn we in het volgende park, Litchfield National Park, blij met de vele zwemgelegenheden. Stuk voor stuk mooie meertjes aan de voet van een waterval. 1 bijzonder mooie offroad route leidt ons dieper het park in naar een nog mooiere slaapplek. Als het begint te regenen lijkt het echt net een jungle! Wat een fijne verrassing, al dit mooie tropische groen. Buiten deze plek is dit park qua begroeiing helaas nog dorrer dan Kakadu. Misschien ligt het aan de tijd dat we hier zijn, einde van het droge seizoen, maar ik vind dit stuk Australië tegenvallen.

Darwin

Na 2 uur rijden merken we dat we vlakbij een grote stad zijn, het is weer drukker op de weg en we zien de gouden driepoot schitteren in de verte (Macdonalds) Zodra je die ziet weet je dat je weer in de bewoonde wereld bent. Darwin is een nette, rustige stad. Door alle palmbomen (en het vochtige hete weer) voelt het tropisch aan. De tropische stad is omringd door een prachtige zee, een zee waar je niet in kan zwemmen! Die is namelijk gevuld met zoutwaterkrokodillen, de grote gevaarlijke variant die mensen aanvallen, en haaien, daar wil je ook niet mee zwemmen. Ze proberen het gemis wel op te vullen met gratis zwembaden, maar toch. De paar campings die er zijn, zijn duur dus we blijven maar 1 dag in Darwin. Ja, die dag liggen we aan het zwembad en lunchen we bij Macdonalds.

De (laatste) wildernis van Australië

Vanwege het regenseizoen dachten we dat de Gibb River Road gesloten zou zijn deze tijd van het jaar (overstromingen). Maar na aanraden van andere reizigers en een telefoontje met het toeristenbureau, blijkt het nog goed mogelijk om via deze weg naar de westkust te reizen. Deze 600 km lange onverharde weg dwarsdoor het gebied de Kimberley wordt ook wel gezien als het laatste stuk echte wildernis van Australië. De weg is niet altijd in goede conditie, de weinige reizigers die deze route afleggen rijden soms wel 3 banden kapot op 1 dag! Bij een autosloop kopen we, bovenop ons reservewiel, 2 extra tweedehands banden en een goede krik (beter dan die wat we hebben).
Na een lange tocht komen we aan in Kunnunura, staat West Australië. De laatste stad voordat we beginnen aan ons 600 km off road avontuur. We kopen extra waterflessen, vullen onze 2 jerrycans met goedkope benzine* en vragen de huidige status van de Gibb River Road op bij de gemeente. Zij beloven ons dat ons beest dit prima aankan en dat het klinkt alsof we goed zijn voorbereid.
* de jerrycans zijn niet nodig omdat we anders te weinig benzine hebben, de auto heeft een 80 liter tank (=500 km), binnen 500 km is er wel weer een tankstation. Het is meer omdat de benzine in de afgelegen gebieden véél duurder is: In Alice Springs kost de benzine 1,22 dollar, in het red centre 2,05 dollar. Dat scheelt nogal.

We verblijven op een prachtige camping aan de rand van het gebied The Kimberley rondom het Lake Argyle. Nog een beetje luxe voordat we een week de bush in gaan. In West Australië hanteert men trouwens geen zomertijd (kwamen we opeens achter). Vanaf een pitoresk plekje aan het water zien we de zon al om 17.30 onder gaan. En nog geen 1,5 meter van ons verwijderd zien we een paar ogen en neusgaten langzaam naar boven komen, een krokodil! Het is een ‘freshie’, een zoetwaterkrokodil dus we zouden veilig moeten zijn. Afentoe komt ie wat dichter bij en af en toe komt heel z’n , ik denk 2 meter lange?, lichaam boven het water uit. Hoe bijzonder! Ik sta oog in oog met een krokodil te genieten van een mooie zonsondergang, dit is Australië.

3 gedachten over “Krokodillen land”

  1. hoi Nicole en Daniel.
    weer een avontuur verder.Hele mooie foto .s
    Denk dat jullie het heel warm hebben daar .
    Hier ook aangenaam weer
    Nog heel veel plezier
    groetjes Kai En Truus xxx

Laat een reactie achter op truus en kai Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.