On the road again

De dag van vertrek is aangebroken. Het blijkt al snel dat we ons hebben verkeken op het werk dat we nog moeten doen. Gelukkig is de komst van de nieuwe huisgenoten, onze vervangers (snif), uitgesteld tot 12.00 uur. Daniel maakt de laatste zaken, zoals de installatie van een 2e accu, aan de auto in orde, onze kamer en gezamenlijke ruimtes moeten schoon worden achtergelaten en we proberen de grote hoeveelheid aan spullen zo tactisch mogelijk in de auto in te delen. We zijn 28 december 2016 vertrokken met beiden 15 kilo in onze backpack, ik durf niet eens te gokken op hoeveel we nu zitten.
Afgelopen week stond al in het teken van ons vertrek; met onze mede dutchie hebben we een laatste roadtrip naar het 1 uur van Sydney verwijderde Royal National Park gedaan, met onze roomies hebben we een ‘afscheid diner’ in Bondi Beach gehad. Met mijn collega’s hebben we een gezellige vrijdagavond gehad bij iemand thuis: iedere nationaliteit nam een gerecht uit zijn/haar land mee. We aten gehaktballetjes in satésaus, brie, pavlova, bruscetta, coxinha (gefrituurde kiphapjes), yukka frietjes en tom yum soep. Rara welk gerecht bij welk land hoort!
Je raakt zo snel gewend aan het samenleven met anderen, raar idee dat we dadelijk weer met zijn tweeën zijn. Ondanks de beloftes elkaar te weerzien, op te zoeken en contact te houden, hou ik het niet droog als we gedag zeggen.

Adelaide

Navigatie staat op Adelaide, 1377 km en 15 uur rijden, verder. Rond 17.30 komen we aan bij de eerste slaapplek, een gratis camping landinwaarts. Daar is het héél koud! En laat ik nu net al mijn warme kleren ergens onderin hebben gelegd, met de gedachte we gaan naar de warme outback heb ik echt geen winterjas meer nodig.
Onze rooftoptent, luifel en alle bijbehorende spullen (roofrack, opbergkist, jerrycans) hebben we overgekocht van een Frans koppel. Zij gaan zelf in de nabije toekomst niet meer rondreizen, dus hebben ze ons veel extra spullen meegegeven: hangmat, kookspullen, bijl, dikke deken. Vooral met die laatste zijn we erg blij, het heeft vannacht zelfs gevroren!
3,5 uur verwijderd van Adelaide slapen we op een gratis plek met nette toiletten en douches (waar we gebruik van maken, wie weet wanneer we weer kunnen douchen), in Underbool, staat Victoria. Het is hier al iets warmer, maar het koelt nog erg af ‘s nachts. De tent uitklappen en gereedmaken voor de overnachting gaat soepel, het tegenovergestelde in de ochtend duurt iets langer, de koude droge handen helpen hierbij niet.

Na onszelf geïnstalleerd te hebben op een camping in een bos aan de rand van Adelaide, gaan we met de bus naar het stads centrum. Eerste stop is Central Market: een markthal in een oud gebouw met allemaal lekkere eet-kraampjes. Hier houden wij van! We kopen nootjes, een pittig worstje, groenten en fruit en hebben een lekkere lunch. Buiten dit hoogtepunt vind ik niet veel aan Adelaide, de 2 dingen die ik graag had willen doen bestaan niet meer; we zijn bij ongeveer elke bakkerij en lunchzaak geweest, op zoek naar de beroemde ‘pie floater’, zonder succes. Het uitzicht over Adelaide –Lights Vision-, op een heuvel bij het standbeeld van de stads ontwerper Mr. Light, wordt geblokkeerd door een nieuw gebouwd sport stadium. We sluiten de dag toch goed af met onze eerste van velen barbecue!
De volgende dag, na de laatste boodschappen (we waren vergeten bier en wijn in te slaan?), proberen we nog 1 lunchzaak in Noord Adelaide, met succes! Bij Café Vili’s serveert men nog steeds de ‘pie floater’: een beef pie drijvend in erwtensoep met een klodder ketchup. Hij ziet er niet uit, maar lekker is ie wel!

Flinders Ranges National Park


We twijfelden eerst om hiernaartoe te gaan vanwege de omweg van 5 uur, maar het is het zó waard geweest! Dit is het oudste nationaal park van Australië en ik denk doordat het niet aan een hoofdweg ligt, wordt het niet zo druk bezocht en wemelt het van het wildlife. Onderweg naar de eerste slaapplek, verbreken we onze regel; we rijden er tijdens zonsondergang heen en zien zóveel kangaroos met ons mee -en voor de auto langs hoppen. Een leuke maar zenuwslopende ervaring.
We zijn de enige kampeerders in de Willow Waters Gorge. Een groot stuk land waarvan de eigenaar tevens boer is. Hij vertelt dat hij de kangaroos ziet als plaag; het weinige gras wat hier groeit, eten zij op waardoor zijn schapen en koeien honger lijden.
Ook al is de omgeving dor en droog, het is een prachtig stuk land, met bergen en wilde emu’s. Ook die steken zomaar de weg over of rennen voor onze auto uit, zelfs met een schare jongen bij zich! We genieten volop van onze eerste nacht bush kamperen. Echt bush kamperen, zonder water, bereik of enige faciliteiten, maar ik zie genoeg geschikte bomen staan en al dat toiletpapier dient mooi als ‘aanmaakhout’ voor ons kampvuur!

Dag 2 in het park lopen we tot de top van een berg, de St. Mary Peak Hike, en zien we onderweg veel verschillende reptielen. We zoeken een mooi plekje midden in het park om de nacht door te brengen. Iedere dag zet ik de wekker om 06.00 uur en loop een rondje, tijdens schemer zijn de dieren namelijk het meest actief. Vandaag is de wekker niet nodig, we worden we voor het alarm al gewekt door het gelach van kookaburra’s!

Stuart Highway

Vanuit Flinders Ranges rijden we 2,5 uur terug naar Port Augusta, waarbij we 2 keer op het nippertje een kangaroo aanrijden. Die kwamen uit het niets! En het is overdag, moeten die beesten niet ergens onder een boom liggen te luieren?
Bij Port Augusto rijden we de Stuart Highway op, de snelweg dwars door Australië die het zuiden met het noorden verbindt. Buiten de camper vans en de Road trains (typische Australische vrachtwagens met soms wel 4 wagons, oppassen als we die inhalen) is er niet veel verkeer op de weg en de omgeving is na een paar uur ook niet meer erg verrassend. Toch is het anders dan we hadden verwacht, er is veel meer begroeiing en het is helemaal niet zo warm. Terwijl we ons toch in de officiële Outback van Australië bevinden.
De enige stoppunten/bezienswaardigheden, dat zijn er 2, op de 800 km lange weg naar het midden zijn wél erg bijzonder: het spierwitte Lake Hart; het grootste zoutmeer van Australië en Coober Pedy; een oud mijnenstadje waar men vanwege de hitte huizen, kerken en hotels ondergronds heeft gebouwd. Bij Coober Pedy overnachten we op een zandvlakte met 0 faciliteiten. Naarmate we dichter bij het midden komen, wordt het geleidelijk warmer, veel droger en stoffiger. Heel warm heb ik het nog niet,  maar Ik moet wel erg aan de droogte wennen, ik drink liters water en wordt ’s nachts wakker van de dorst.

Vanaf Coober Pedy is het nog 750 km rijden tot het Uluru-Kata Tjuta National Park. Dat halen we vandaag net wel of net niet.

8 gedachten over “On the road again”

  1. Wauw Nicole en Daniel
    Wat een belevenis hebben jullie waanzinnig wat een prachtige natuur en al die beesten die jullie tegen komen geweldig.
    Geniet ervan groetjes uit Oud Beijerland.

  2. Prachtig Nicole en Daniel,

    De outback, de herinneringen komen weer bovendrijven. Prachtig. Je hebt jullie roadtrip mooi beschreven, dank je. Wij (met n klasgenoot) zijn in 2003 vanuit Darwin via Katarine en Alice Springs naar Uluru/ Katatjuta gereden. Stunning! De uitgestrektheid, waanzinnig. Alleen hadden wij de -niet rijden tijdens zonsondergang- regel niet. Omdat we maar 1 week Down Under waren moest t gas erop haha. Inmiddels zullen jullie Uluru en Katatjuta al gezien hebben. De zonsopkomst is fenomenaal. toch heeft juist Katatjuta mijn hart gestolen.

    Ik vind jullie bolide toch echt wel supergaaf!

    Blijf rijden, blijf schrijven en blijf genieten,

    Dennie, Sonja en Isabelle

    1. Hey! Wat leuk om te horen:)
      Pff we zijn nu net van Alice Springs tot Kakadu NP gereden wat een lang saai stuk zeg!
      Ik geloof dat ik Kata tjuta ook mooier vind:)
      Apart dat je net voor die route hebt gekozen tijdens je ene week Aussie
      Thanks voor je reactie:)
      Groetjes uit the Northern Territory

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.