Het rode hart van Australië

De weg van Coober Pedy richting het Uluru-Kata Tjuta National Park (die grote rode bekende steen) is zo eentonig en zo lang dat we stoppen bij een Roadhouse, 200 km verwijderd van onze bestemming en spenderen er de nacht voor 5 dollar pp. Het is ook wel weer tijd voor een douche. Buiten ons, kampeert er 1 Amerikaans stel en omdat dit hun laatste avond is, geven ze ons allemaal spullen die ze anders zouden weggooien: kruiden, barbecue saus en een kekke rode bodywarmer! Terwijl we bij ons kampvuurtje zitten te genieten spotten we iets wat lijkt op een vallende ster in de donkere heldere hemel. Het wordt steeds groter en komt steeds dichterbij en heeft een lange lichtgevende staart. Het ‘vallen’ duurt zo lang dat we mee kunnen lopen om de heldere ‘ster’ niet uit het zicht te verliezen. Leek het eerst alsof het vlakbij ons in de aarde zou storten, opeens buigt ie af en de staart valt uit elkaar in allemaal kleine sterretjes. Het lijkt wel vuurwerk, maar dan 100000 keer zo mooi. Als we de gebeurtenis later opzoeken, blijkt het ruimte afval te zijn geweest. Dit komt zo’n 6 keer per dag over de hele aarde voor. Heel bijzonder om een keer mee te maken.

Alles kleurt rood

Het is officieel korte broeken weer! De temperatuur loopt overdag op tot 35 graden, het is heet en nóg droger, dit is het Red Centre van Australië.
Het Uluru-Kata Tjuta National Park binnenrijdend, doemt de gigantische steen voor ons op, en het is pas zo’n 20% van de rots wat je ziet, de rest zit onder de grond. Alle foto’s doen de rots geen recht. Dichterbij komend zien we alle groeven en details in de rots en wordt ie alleen maar roder en indrukwekkender. Het plan is om de zonsondergang bij Uluru te kijken dus we hebben nog de hele dag om het park te verkennen. De verschillende kloven in de rots en de begroeiing zijn van dichtbij te zien tijdens de base walk rondom Uluru. Bij Kata Tjuta (letterlijke betekenis ‘vele hoofden’, zo zien ze er ook uit), een groep rotsen iets verder in het park, minstens zo mooi maar iets minder bekend dan Uluru, lopen we de Walpa Gorge Walk. Een route door een grote rode kloof, waar we aan het eind even kunnen rusten in de schaduw.
Voor de zonsondergang/opkomst heeft het park speciale plekken ingericht, samen met een hoop andere toeristen zien we hoe de laagstaande middagzon Uluru nóg roder kleurt. Naast ons staat een koppel uit Engeland, die zijn helemaal vanuit Engeland met een auto hierheen gereist! We vonden het al raar, een auto met een Engels kenteken? De 2 reizigers zijn al bijna een jaar onderweg en nog lang niet klaar, volgende bestemming is Nieuw Zeeland, Zuid-Amerika etc., wow! Die 2 hebben heel wat verhalen te vertellen!

Autopech

Nu we toch in de buurt zijn -onze gratis overnachtingsplek ligt 5 minuten buiten het park- pikken we de zonsopkomst ook mee bij Uluru. Na een laatste koffie bij deze bijzondere plek gaan we verder naar het volgende rode gebergte: Kings Canyon. Het rondje wat we rijden, wat zich ten westen van Alice Springs bevindt , heeft de naam The Red Centre Way en komt langs de mooiste nationale parken met veel 4wd only wegen. Na een 2 uur durende wandeling, in de hete zon over de top van het indrukwekkend mooie gebergte begint het 4wd avontuur! Vanaf Kings Canyon tot de volgende bestemming is het 145 km off road. Wij komen echter niet verder dan 10 km, de auto begint te driften en als Daniel hem lamngs de kant zet, is de achterband aan zijn kant helemaal plat. Als ik uitstap hoor ik de achterband aan mijn kant sissen, het duurt niet lang voordat die ook helemaal plat is. 2 platte banden? Wat moet je daar nou mee? 1 band kunnen we wel verwisselen, maar 2? Daniel heeft een plan: we verwisselen er 1 en rijden dan héél langzaam terug naar de hoofdweg. Terwijl we de spullen pakken komen er 3 auto’s van de andere kant aangereden, ik signaleer ze halt te houden. Het is een hardcore 4wd Australiër wat uit de 1e auto stapt en na 1 blik op onze situatie komt ie meteen in actie. Vrouwen en kinderen rijden door naar de camping, waarbij eentje nog roept: “Als je over 2 uur niet terug bent, komen we jullie wel een keer zoeken.” 2 mannen en een zoon blijven achter en beginnen meteen gereedschap uit te laden, en natuurlijk een koud blikje bier, we zijn wel in Australië. Ze zijn zó handig en hebben zo veel trucjes! We voelen ons een beetje nutteloos..
1 achterband is nog redelijk te redden, die wordt ‘geplakt’: met 2 plugjes in het gat geduwd is deze zo goed als gemaakt. De andere is een hopeloos geval, bijna alle plugjes wat ze op voorraad hebben, passen in het gat. Na het gat te hebben ‘gedicht’ met 7 plugjes (alles boven 1 plug schijnt al uitzonderlijk te zijn, en nee ook wij wisten niet van het bestaan van dit plug gebeuren af), drukken ze ons op het hart dit wiel alleen in het uíterste geval te gebruiken. Met rechts een geplakte band en links ons reservewiel rijden we langzaam terug naar de hoofdweg, naar dezelfde camping als waar onze redders in nood kamperen.
Na honderdduizend maal dank besluiten we om de volgende dag via de geasfalteerde autoweg 500 km naar Alice Springs te rijden voor een stel nieuwe achterbanden.
Oorzaak: door het warme weer zit er meer lucht in de banden, waardoor die van ons veel te vol zaten en sneller stuk gaan. Plus een flinke portie pech.

Met 2 gloednieuwe bandjes maken we ons rondje af. We zijn blij om Alice Springs na 2 nachten weer te verlaten, wij vonden het verschrikkelijk. Het is er hartstikke droog, crimineel: op onze camping worden er ’s avonds zelfs 2 rugzakken gestolen!, en er is niet veel te doen. Bijna alle mede reizigers wat we spreken zijn in Alice Springs vanwege een noodzaak en niet voor de lol. 1 pluspuntje: we ontmoeten o.a. Mitch: een rasechte Australiër die z’n hele leven alleen maar op cattle stations (de grote Australische veeboerderijen) heeft gewerkt. Wij delen ons avondmaal met hem en hij deelt zijn verhalen met ons. Er bestaan stations die net zoveel hectare land beslaan als het hele land België?! Bij het drijven van het vee komt er dan ook vaak een helicopter aan te pas. Buiten de avontuurlijke en spannende handelingen kan het ook een eenzaam en saai bestaan zijn: het duurde soms zolang voor hij weer mensen zag, dat hij maar ging babbelen met de koeien, die hij ook allemaal een naam gaf. En waar wij de kangaroos zien als de iconische wonderbaarlijke dieren van Australië, veel werkers op de stations rijden de kangaroos aan voor de lol of uit verveling(!). Ja, deze Australiërs hebben nogal een andere kijk op het wildlife; emu’s schijnen bijzondere domme dieren te zijn en worden vaak afgeschoten (gewoon voor de lol), wilde honden worden afgeschoten en gescalpeerd: de gemeente geeft je 50 dollar per ingeleverde vacht! Pff, bizar en fascinerend om te horen allemaal.

Water in de woestijn

Vanaf deze kant leidt de Red Centre Way ons door de West MacDonnell Ranges, een groot gebergte met veel ravijnen en wandelingen en veel waterholes! Dat hadden we niet verwacht dat we zo snel alweer zouden zwemmen. Ook al passeren we veel droge rivierbeddingen, in een aantal gorges staat wel nog voldoende (ijskoud) water om in af te koelen. Het is het einde van de middag als we bij het eerste waterhole zijn en de omgeving is zo mooi dat we er ook overnachten. ’s Nachts horen we het gehuil van dingo’s, de wilde honden van Australië, best spannend. De honden zijn niet agressief maar ook niet vriendelijk, ik ben blij dat we bovenop een auto slapen!
De volgende dag zijn we vroeg op weg, om 09.00 staan we alweer in een ander gedeelte van het park en klaar voor de wandeling bij Ormiston Gorge, een wandeling langs een niet droge rivier en over de top van een berg. En het is zo vroeg al druk! Logisch, zelfs om 09.00 uur is de warmte haast niet uit te houden. Mijn deodorant (en ik) kunnen dit droge klimaat niet goed aan. Blij als we op een ander punt, na een half uur over rotsen klauteren bij de mooiste zwemgelegenheid ooit zijn! Het lijkt wel een paradijsje, groenblauw (wel weer ijskoud) water tussen grote knal rode rotsen.
We zijn een beetje geschrokken van ons korte off road avontuur, maar ’s middags proberen we ons geluk nogmaals. Met banden op de juiste psi hoeveelheid wagen we ons aan een 18 km lange off road track naar de Palm Valley campground. 18 km klinkt niet veel, maar 18km 30-40 km per uur door zandweggetjes, door droge rivierbeddingen en over kiezel duurt best lang. Het was een spannend ritje, maar nu weten we precies wat ons beestje aan kan, en dat is best veel! De plek waar de route ons naartoe brengt is het meer dan waard, adembenemend mooi.
’s Nachts hoor ik de dingo’s weer huilen en ik zie ’s ochtends pootafdrukken naast de auto, maar tot nu toe nog niet de dingo zelf.

Met hernieuwd zelfvertrouwen en wat fitter dan gistermiddag is de route terug naar de hoofdweg puur genieten, ik rij ook een stuk!
We rijden terug naar Alice Springs en vullen onze belangrijkste voorraden aan; benzine, redbull en chippies. En een pie. Okee 2 pie’s. Het is lange rit naar het noorden!

5 gedachten over “Het rode hart van Australië”

  1. Wat een geweldig avontuur! Het geeft vertrouwen dat er meestal mensen zijn die bereid zijn om je te helpen. Wat een ongenaakbare natuur, daar valt niet mee te spotten. Goede reis verder. Liefs van ons.

  2. Hallo Nicole en Daniel
    Mooi Mooi inderdaad een lange weg .
    dat weet ik nog van dennie.
    Jullie hebben toch al veel gezien
    Blijf maar genieten en nog een goede reis verder. Groetjes
    Kai en Truus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.